Tijdens de NKN Inspiratiebijeenkomst op 29 mei met zo’n 80 deelnemers op Universiteitscampus Spui in Den Haag stond de toekomst van Kennissteden in het veranderende innovatielandschap centraal. Sprekers uit wetenschap, overheid en praktijk benadrukten de noodzaak van sterkere samenwerking, gerichte investeringen en maatschappelijke impact.

“Beweging in samenwerking is goed maar kan nog sterker”

Casper van den Berg (voorzitter Universiteiten van Nederland) opende de bijeenkomst met een pleidooi voor een hechtere band tussen kennisinstellingen en Kennissteden. Volgens hem is er vooruitgang, maar blijft verdere versterking nodig.
“De beweging in samenwerking is goed maar kan nog sterker. De maatschappelijke opgaven zijn groter maar de budgetten kleiner en daarom is de aanwas van talenten nodig.”

Van den Berg koppelde dit direct aan de praktijk van stedelijke ontwikkeling. De Campus Den Haag, gevestigd in het voormalige V&D-pand, illustreert volgens hem hoe complex zulke transformaties zijn. Naast kennis en innovatie vestigde Van den Berg de aandacht op het praktische punt van vastgoed en locaties om kennis samen te brengen.
“Het is een complexe vastgoedopgave en daarom was de rol van en de samenwerking met de gemeente Den Haag hard nodig. Dagelijks zijn hier in deze campus 4.000 studenten actief. Het gebouw is nu vijf maanden in gebruik en nu al lijkt het een ware magneetfunctie te zijn voor het aantrekken van sprekers, contacten met bedrijven in de regio en zelfs de vestiging van nieuwe bedrijven in de omgeving van de campus.”

Organiserend vermogen onder de loep

Willem van Winden (lector Hogeschool van Amsterdam en Regenalyze) richtte zich op het organiserend vermogen van Kennissteden. Het NKN-model ‘Huis van de Kennisstad’ staat volgens hem stevig, maar de uitwerking in de praktijk roept vragen op.
“De behoefte bij de leden is groot maar hoe organiseren we het allemaal?”

Hij schetste de spanning tussen ambitie en uitvoering, zichtbaar in tegenstellingen zoals:

  • Geen loze afspraken versus realistische uitvoeringscapaciteit
  • Goede teams maken versus ad hoc projecten uitvoeren

Transformaties in plaats van crises

Mirjam van Praag (voorzitter Adviesraad voor Wetenschap, Technologie & Innovatie, AWTI) plaatste de huidige ontwikkelingen in een breder perspectief. Volgens haar is er geen sprake van losse crises, maar van een fundamentele verandering.
“Het zijn geen crises maar wel transformaties. We moeten aan de slag met innovatie want het kan niet anders. Weerbaarder worden is nodig maar dat is in de praktijk complex want alles komt tegelijkertijd.”

Ze benadrukte dat een weerbare samenleving alleen ontstaat in balans tussen economie, maatschappij, ecologie en technologie. Daarbij is samenwerking over de disciplines heen essentieel.
“Je hebt het hele systeem nodig. Neem als voorbeeld de energietransitie. Platformen op het gebied van energie zijn goed maar het moet ook geïmplementeerd worden door de bedrijven en de maatschappij. Daarmee wordt de samenwerking transdisciplinair.”

Financiering blijft daarbij een terugkerend knelpunt. Volgens AWTI zou een extra 0,5% van het bbp in innovatie moeten worden geïnvesteerd, om op nationaal niveau op of boven de 3% te komen. 3% van het bbp investeren in innovatie is gebaseerd op de Lissabon-doelstelling die Nederland zelf al jaren onderschrijft, maar nooit heeft gehaald. Dat in tegenstelling tot onze buurlanden.

Spanningen rond groei en investeringen

Erwin Nijsse (Directeur-Generaal Bedrijfsleven & Innovatie, Ministerie van EZK) legde de vinger op een gevoelige plek: de Nederlandse economie groeit volgens hem te veel op consumptie en te weinig op investering.
“Nederland groeit vooral consumptief. Maar de grote industrie waar veel innovatie zit zoals biotech en farmacie kalft af en in die industrieën zit toch vaak de gewenste hoogwaardige kennis. Onze grote zorg is hoe we van consumptieve groei naar meer investeringen komen.”

Hij waarschuwde dat Nederland een grote achterstand riskeert als er niet snel wordt ingegrepen. Tegelijkertijd klonk er een duidelijke oproep tot efficiënter gebruik van publieke middelen.
“We moeten zuiniger omgaan met publiek geld.” Een boodschap dat de NKN-leden waarschijnlijk geen extra investering mogen verwachten op de ontwikkeling van kennis en innovatie. Nijsse maakte ook de constatering: “We hebben wereldklasse aan kennis maar we halen er onvoldoende uit.”

Volgens Nijsse moet de nadruk daarom sterker komen te liggen op valorisatie en samenwerking met het bedrijfsleven.

Keuzes, regie en complementariteit

In de discussie met deelnemers na de presentatie van Erwin Nijsse kwam naar voren dat betere keuzes en scherpere samenwerking noodzakelijk zijn. Een belangrijk punt is de rol van universiteiten. Zij zouden meer complementair moeten opereren in plaats van elkaar te overlappen.

Ook thema’s als regie en governance zullen de komende jaren prominenter worden. Opvallend was de brede erkenning dat technologische innovatie niet zonder sociale en geesteswetenschappen kan. Juist die disciplines bieden het fundament voor effectieve samenwerking en maatschappelijke toepassing, zoals onder meer het NKN op gang brengt.

Ter afronding op de vraag of er reden is voor optimisme, antwoordde Nijsse kort maar krachtig: “De potentie is heel groot.”

IJzer smeden

Floor Vermeulen (burgemeester Wageningen en voorzitter van NKN) sloot de bijeenkomst af met een korte blik vooruit. De politieke context is volledig veranderd door de wisseling in kabinet. Dat biedt kansen.
“Het glas is halfvol. We leren van elkaar en kiezen steeds meer wat we goed kunnen doen. Het NKN vraagt om de bezuinigingen op onderwijs en innovatie terug te draaien én extra te investeren in innovatie. Voor de ontwikkeling hebben we ook hierin het bedrijfsleven nodig. We moeten het ijzer smeden nu het heet is.”